“Horen korstmossen wel thuis in een website over stadsplanten?” hoor ik u zeggen. Op de keeper beschouwd horen ze er net zomin thuis als een vos in het hoenderhok, want korstmossen zijn geen planten. En het zijn bovendien ook geen mossen. Maar hoewel korstmossen, botanisch gezien, geen planten zijn kunnen ze absoluut geen schade toebrengen aan de habitat waarop ze groeien. In dat opzicht loopt de vergelijking met een vos in de kippenren dus ook mank.
Ze groeien heel langzaam en komen meestal voor op bomen, maar ook op tegels, muren, beton, lantaarnpalen, dood hout, dakpannen enz… Ze gebruiken de ondergrond enkel als habitat, en elke soort heeft zijn eigen voorkeur. Het zijn geen parasieten en nemen dus geen voedingsstoffen weg van de plant waarop ze groeien. Ze dringen niet binnen in de boom maar leven oppervlakkig. Hun voedingsstoffen halen ze uit de algen waarmee ze samenleven, op zo’n manier dat de algen dit overleven.
Ook de boomschors lijdt niet onder de bedekking van korstmossen. Op één boom kunnen we tegelijkertijd verschillende soorten aantreffen. Op plaatsen waar het meestal nat is, groeien korstmossen die reageren op vocht, namelijk de groene varianten. Op droge plaatsen groeien dan weer specifieke soorten die niet tegen vocht kunnen. Ze komen zowel voor op levende bomen als op dood hout.
Ingebed in een weefsel van schimmeldraden vertonen korstmossen, voornamelijk bestaande uit groene algen of cyanobacteriën, een vlakke of buisstructuur. De algen bevinden zich aan de door de zon verlichte kant van de thallus. Daardoor wordt het proces van fotosynthese geoptimaliseerd en de nabijheid van schimmeldraden tot de voedselrijke zones gegarandeerd. Vanwege de noodzaak voor de algen om fotosynthetische opbrengsten met de schimmel te delen, hebben korstmossen een trage groeisnelheid, meestal in de orde van een paar millimeter per jaar.
Hoewel ze wijdverspreid voorkomen ontsnappen korstmossen vaak aan de aandacht. Niettemin blijft hun cruciale rol in de natuur grotendeels onopgemerkt en dragen ze bij aan ecosystemen op een manier die wordt onderschat.
Morfologische opbouw
Een dwarsdoorsnede door een korstmos, een symbiotische relatie tussen groene algen en een schimmel.
1. De buitenste laag (korst of cortex) bestaat uit strak verweven schimmeldraden die bescherming bieden.
2. Fotobionte laag: groene algen
3. Medulla, los hyfenweefsel
4. Onderkorst (rhizines) van strak verweven schimmeldraden aan de ondergrond.